…dan moet je er je verdere leven steeds voor blijven opletten.
En dat is iets wat ik een tijd geleden niet meer deed.

6 jaar geleden had ik een postnatale depressie. Ik nam medicatie en bezocht menig psycholoog (en met geen enkele kon ik het vinden). Na kilo’s bijkomen besloot ik dat ik de medicatie buiten wilde, wat een rommel ook. Mijn arts zag dat ik toen vastbesloten was en liet me met een klein hartje afbouwen. Toen wist ik nog niet wat voor een strijd ik zou moeten strijden. Met vele ups en nog meer downs, tonnen geduld van manlief en een zware huwelijkscrisis ging ik dag na dag door. Ik dwong mezelf die zetel uit te komen waar ik toen in lag en weer routine te brengen in mijn leven. Ik dwong mezelf buiten te gaan, met een gezicht tot op de grond maar ik ging buiten. Ik dwong mezelf er over te praten met anderen. Het tij keerde en ik won, ja ik won de strijd echt!

Ik leerde dat ik autisme heb, want dat wist ik toen niet en nog meer ik leerde het te aanvaarden en er mee leven. Ik leerde dat ik een prachtig gezin heb dat er steeds voor mij staat. Ik leerde dat ik moest praten met anderen. Ik leerde te genieten van het leven.

Ik had mijn leven weer helemaal op de rails. Af en toe een dieptepunt maar geen depressie meer. Als ik het voelde komen dan begon ik heel strikt met weer structuur in mijn leven te brengen, buiten te komen en te praten met Joeri. Zonder al te veel kleerscheuren overleefde ik elke keer het dieptepunt zonder weer te hervallen in dat zwarte gat tot een paar maanden geleden…

Echt alles liep op wieltjes hier tot Charlotte werd geboren. Natuurlijk ligt het niet aan Charlotte maar de hormonen, de stress rond de inspectie, thuisonderwijs, onderzoeken naar autisme bij Thibeau en Victor, ons huis vol verbogen gebreken (met rechtszaak), financiële problemen, de webshop opstarten, … Het werd plots wel heel erg veel zo kort na de geboorte van dat lieve kleine meisje.

Ik vocht en Joeri vocht met me mee. Hij zag het allemaal gebeuren maar zei niets. Hij weet dat het geen zin heeft me met de neus op de feiten te drukken. Hij weet dat ik het zelf moet zien en hoe meer hij zegt, des te langer ik ontken wat niet goed is. Ik zag en voelde het natuurlijk wel maar zei geen woord. Ik lastte de gebruikelijke structuur in en dwong mezelf buiten te komen maar het hielp niet. Ik voelde mezelf dieper weg zakken. Zeurde dag in, dag uit. De zetel? Mijn beste vriend en ik wilde er niet uit komen maar ik moest. Ik heb 4 kinderen! Dus ’s morgens stond ik op en deed ik wat ik moest doen als mama. Ik zorgde voor eten, propere luiers, liefde en warmte, onderwijs, … maar eens ze in bed lagen kroop ik mijn zetel in. Echt niet dat ik er uit wilde. Ik kroop lekker knus onder een donsdeken met Charlotte op mijn arm. Joeri die deed al het huishouden en zei er niets van, af en toe een zucht maar hij zei niets.

Wat ik vooral deed was klagen en zagen! Roepen naar God waarom hij me dit allemaal aandeed maar zelf deed ik niets. Nu ja, ik hield mezelf overeind maar ik stopte met lezen in de Bijbel, stopte met bidden en vooral ik stopte met vechten. Het moment dat ik stopte met vechten, is nog maar twee weken geleden en toen gebeurde het onvermijdelijke. Ik werd ziek. Tegen het weekend had ik koorts, ik heb nooit koorts dus als ik koorts heb lig ik echt doodziek in de zetel. Borstontsteking. Tegen het einde van het weekend kon ik mits een koorts/pijnremmer weer functioneren. De hele week deed ik weer wat ik moest doen, maar nee, eergisteren stond ik weer op. Migraine, neus dicht, hoest, … Ik voelde me ellendig en kroop de ganse zaterdag weer in de zetel. Zaterdagavond vroeg Joeri of we naar de kerk zouden gaan de dag erna. ‘Als ik me beter voel.’ maar diep vanbinnen wist ik dat ik niet wilde gaan. Ik was al 2 weken niet buiten gekomen en dat was ik eigenlijk helemaal niet van plan te doen ook niet.

Gisteren ging de wekker, 7 uur voor ons. Joeri vroeg me of we gingen. Ik mopperde dat ik me niet goed voelde en draaide me weer om. 7:55 komt Joeri me wakker maken. ‘Zullen we nog gaan?’ vraagt hij. Met een vernietigende blik in zijn richting sleep ik me recht. Diep vanbinnen wist ik dat ik dit moest doen, als ik niet zou gaan, zou ik moeten toegeven dat ik het zelf niet meer zou kunnen en dan zou ik naar de dokter moeten en echt niet dat ik nog eens van die medicatie wil nemen. 9:15, een kwartier te laat, zaten we op de fiets. 10 km enkele rit hop! Ik voelde me leeg, maar trapte. Ik deed het voor de kinderen, ze zijn dol op de bakfiets. Ik deed het voor Joeri, want hij fietst graag. Na een kleine kilometer hoor ik Joeri zeggen dat hij blij is dat we met de fiets weg zijn en ja, ik hoor ook de trots in zijn stem en de onuitgesproken woorden die hij eigenlijk echt bedoelt. Fijn dat iedereen blij is en geniet, ik niet. Dat zei ik hem ook. Hij zei dat het een begin was en liet het daar bij.

Aan de kerk, 5 minuten te laat maar dat is de laatste tijd niet zo vreemd voor ons, gaan we stil naar binnen en zetten ons vooraan. Een lieve dame pakt me stevig bij de schouders en fluistert of alles goed is. Ik zeg even kort ja, maar eigenlijk is het nee. De dienst is begonnen en ik heb geen zin om er over te praten. Het eerste liedje dat we meezingen, rolt er al een traan over mijn wang. Ik voel me breken, maar wil niet breken. Ik smeek tot God om kracht on me recht te houden en dat gebeurt. Uit het niets voel ik de kracht en blijf ik recht. De voordienst is gedaan en Joeri en de kinderen verdwijnen richting zondagsschool en crèche. Ik blijf alleen zitten en voel hoe ik moet vechten om te luisteren en dan krijg je daar een preek die loeihard binnen komt. Een preek die nagels met koppen slaat. Een preek die volledig past bij wat ik op dat moment doormaak. Na afloop heb ik zo’n echtgenoot die graag napraat, ik had er geen zin in vandaag en al zeker niet als de preek zo hard bij me binnen komt.
Komt er een dame af met een cadeautje voor Charlotte. Lachen en plezier. Een man die komt vertellen over zijn familie en ik voel dat ik geniet. Al die lieve mensen om me heen. Al die warmte!

Na niet te lang vraag ik Joeri om naar huis te vertrekken. Victor zat er al even volledig vast met zichzelf over of hij nu wel of niet een wafeltje wilde en ik was doodop. We fietsen weer naar huis en het is geen opgave. Ik geniet van de wind in mijn haar en de zon op mijn gezicht. Thuis aangekomen vragen de kinderen of we buiten zullen eten, dat doen we. Ik geniet. Ik probeer wat te fotograferen maar dat lukt me niet. Ik merk dat Charlotte koorts krijgt dus pak ik ze bij me zodat ze haar middagdut dicht bij me kan doen. Net als ik zelfs de kracht vind om aan Joeri te vragen om een boek voor me te halen omdat ik echt wilde genieten, voel ik een regendruppel. In een vingerknip vielen er reusachtige waterdruppels uit de lucht terwijl alles buiten lag. Lachend van plezier ren ik met Joeri de tuin door om alle noodzakelijke spullen zoals papieren, fototoestel, … binnen te krijgen alvorens het allemaal stuk zou zijn. We kruipen daarna snel allemaal samen in de zetel. We kijken samen naar een film. Ik kijk naar dat hele kroost naast me en besef hoe dankbaar ik mag zijn.

Deze ochtend werd ik wakker. Een man die ‘Ik hou van je’ in mijn oor fluistert omdat hij net moet opstaan. Ik kijk even op mijn gsm, een bestelling via de webshop, jeej! Ik dommel weer in en word weer wakker, Lucas kruipt bij me in bed. 8:30 word ik weer wakker. Ik sta op met de kinderen. De zon schijnt. Ik geniet! Ik heb zin in vandaag! Laat maar komen!

Gisteren was een keerpunt, vandaag sta ik er weer. Uiteraard nog niet zoals het was maar we zijn weer vertrokken. Ik kan dit, samen met Joeri en vooral samen met God.
Zo oneindig dankbaar!

Dank U Heer om te tonen dat U zo dichtbij bent! Dat U over mij waakt!

Omdat taboes doorbroken moeten worden…

Volg en vind ons leuk op:

Deze zijn ook erg leuk!