Eerste keer op kamp

Hij is weer thuis die lieve tweede zoon van ons. Thuis van wat? Wel, voor diegene die het niet moesten hebben gelezen op instagram en/of facebook (als je ons daar volgt, is het onmogelijk om het gemist te hebben 😉 ) onze tweede zoon ging voor het eerst op kamp. Een kerstkamp van de atletiek. Hij doet namelijk twee keer per week atletiek en het was dus kamp. 3 dagen, 2 nachten.

Ik weet nog toen ik een hele tijd terug de mail aankreeg ik meteen vroeg aan Thibeau of hij wilde gaan. ‘Jaaaaaa!!!’ riep hij. Dus ik twijfelde geen seconde en ik schreef hem in ook al wist hij op dat moment helemaal niet wat zo’n kamp inhoudt. Ik moet jullie namelijk vertellen dat wij zelden beroep doen op een babysit en onze kinderen (op Lucas ondertussen na dan) werkelijk nog nooit ergens gingen logeren. Nee, ook niet bij de grootouders ofzo. Wij zijn van het principe dat logeren enkel nodig is als het ook echt nodig is. Een lange avond uit, een huwelijksfeest van iemand, een noodgeval, … plezierlogeerpartijtjes vinden wij absoluut niet nodig. Mogen ze dat dan niet? Jawel, zeker wel ALS ze er zelf om vragen. Wijzelf zien absoluut het nut niet van je kind zomaar ergens te laten gaan logeren. Ieder zijn ding, dit het onze.

Nu wilde hij dus erg graag op kamp. We bereidden hem er niet eens echt op voor. We vertelden hem dat hij er zou slapen en we na de eerste nacht al op bezoek zouden komen, want ja er was ook een bezoekdag. Dat hij er zou eten en bij problemen naar begeleiding zou moeten. Niet meer, niet minder. Hij was enthousiast en wij waren dat met hem mee.

De datum kwam dichter en dichter en terwijl die datum dichter kwam, kregen we ook voor Thibeau de diagnose autisme even zomaar door de deur naar binnen geschoven. Wikken en wegen of we de begeleiding op de hoogte zouden brengen. Hij doet het zo goed op de trainingen en heeft tal van vriendjes. We probeerden te achterhalen wat hij wilde, maar hij begreep het probleem niet zo goed. Allé ja, autisme is toch maar al te normaal niet? Mooi hoe hij redeneert, als ouder toch net iets lastiger. We wilden geen speciale behandeling voor hem want het gaat goed, maar stel… Stel dat er daar op dat kamp toch zomaar even gebeurd, wat er thuis op tijd en stond (ahum, heel vaak) gebeurt? Een crisis… Niet zomaar eentje, maar zo eentje waarbij de hele straat hun trommelvliezen van gaan trillen.
We besloten het te vermelden tegen de contactpersoon op de atletiek. We waren nog niet begonnen met onze uitleg of de reactie ‘Oh, maar dat weet ik al hoor. Het is een zacht karakter dat al eens wat voorzichtig moet aangepakt worden.’ met een lach tot achter de oren kwam onze kant op. Fantastisch is het als mensen zo goed je kind kunnen doorgronden en er zo gewoon mee omgaan. Ja, dat zat wel goed. Zo gerust als we al waren, toch nog net wat geruster waren we na dat moment.

Afgelopen zaterdag was het dan zover. De week ervoor werd alles gekocht, de dag ervoor alles ingepakt en zaterdag reden we ’s morgens vroeg, nog wat geeuwend op het voor ons ongewone vroege uur richting de atletiekpiste. Uitstappen, koffer er uit en wachten op de bus. Hij mocht als 1 van de eerste instappen na een toch wel erg flauwe kus en knuffel hoor, pfuh! Met zijn kameraadje samen hop de bus op. We wilden nog uitzwaaien natuurlijk maar we konden hem niet zien achter die getinte ruiten. Uiteindelijk, dankzij wat hulp van de begeleiding, wisten we toch op de juiste plaats te gaan staan. De bus vertrok en wij zwaaiden vrolijk uit.

Onze dag ging verder en ’s avonds verschenen de eerste foto’s en fimpjes op facebook. Onze zoon was te zien met een grote lach op zijn gezicht. Helemaal wat we hadden verwacht.

De broers en zus hier thuis miste hun broer wel, maar al bij al gingen ze vlot slapen. De dag erna alles klaarpakken, want we gingen op bezoek. Ik zie enkele kindjes wachten en ik hoor me nog tegen Joeri zeggen ‘Oh, ik hoop zo dat hij niet staat te wachten op ons.’ en nee, hoor… Geen Thibeau te bespeuren. We komen de begeleidster tegen ‘Sorry, hij heeft jullie nog geen seconde gemist. Hij zit vast boven. Hij komt straks vast wel.’ We wachten… 5 minuten, 10 minuten. Geen Thibeau. Pas als iedereen de kamer uit moet, besluit meneertje ook eens naar beneden te komen om dag te zeggen tegen ons. Weer die flauwe kus en knuffel en hop het springkasteel op. Nee, die mist ons duidelijk niet.

De ganse namiddag speelt hij met zijn grote broer en de andere kinderen het ene na het andere georganiseerde spel. Ze spelen op het springkasteel, eten een pannenkoek en drinken cola. Als de namiddag op zijn einde loopt en de avond zich inzet mogen ze nog even langst het ‘winkeltje’ om wat te kopen. Ik zie hem zoekend terugkomen dus ik zwaai en roep hem om te tonen waar we zitten. Ik sta daar als een gek met mijn armen in de lucht, want ik wil nu toch wel eens even weten hoe het met hem gaat (alsof ik dat nog niet wist). Hij rent mijn kant op en op nog geen meter voor mijn neus slaat hij schuin af en rent in de armen van de trainster vlak naast mij. Hij nestelt zich op haar schoot en begint aan zijn chips. De andere trainers moeten lachen. Hij heeft me gewoon niet eens gezien!

Bij het afscheid nemen van enkele kindjes zien we traantjes. We besluiten zelf ook niet te wachten tot het algemene afscheidsmoment om kettingreactie te vermijden en dus op een gewoon rustig moment zeggen we tegen Thibeau dat we weg zijn. Flauwe kus en knuffel ‘Jajaaaa, tot moooo..!!!!’ en weg is hij. ‘Salu dan hé!’ roepen we nog al lachend na. En we zien hem het bos in verdwijnen met al zijn nieuwe vriendjes.

Als ik hem maandag ga ophalen is hij moe, doodmoe. Maar ooooh wat is hij gelukkig. Hij straalt en vertelt wat. Hij noemt zoveel namen van vriendjes die ik nog nooit eerder hoorde. Ik luister en geniet. En hij maakt me alvast erg duidelijk dat hij volgend jaar weer wil gaan.

Mensen hebben me de afgelopen dagen heel vaak gevraagd hoe het met mij ging. Hoe het voor mij was en vaak werd ook gesuggereerd hoe moeilijk dat loslaten is. Wel lieve mensen, ik had hem zo nog 10 dagen daar gelaten als het kon. Niet omdat ik mijn kind niet bij mij wil hebben, maar hem zo zien genieten en plezier beleven. Hem vriendjes zien maken en hem de tijd van zijn leven zien hebben… Wel, dat kan mijn moederhart niet blijer maken. Ik ben blij dat hij weer thuis is, uiteraard heb ik hem gemist, maar oooh wat ben ik blij voor hem. Nee, ik kan echt zeggen dat ik het er geen moment moeilijk mee heb gehad. Ik ben dankbaar voor de fantastische, maar echt werkelijk uitmuntende organisatie van het kamp. Voor de begeleiding die een standbeeld verdienen en vooral ook voor thuisonderwijs.
Dat hij alle kansen kreeg om op zijn eigen tempo te groeien tot dat moment dat hij zelf kon aangeven dat hij klaar was om dit te doen. Dat hij zijn sociale vaardigheden heeft mogen ontwikkelen op zijn eigen tempo, want tot 1.5 jaar terug was hij verlegen en legde hij amper contacten. Hij bloeit en groeit op zijn eigen tempo en daar ben ik zo dankbaar voor. Voor ons is dit weer maar eens het bewijs dat thuisonderwijs voor ons echt de beste keuze is.

En dit bovenstaande geldt niet enkel voor Thibeau… Ook Lucas ging meteen op in de groep en zagen we van de ganse namiddag niet. Speelde mee, maakte vriendjes, … Ook over hem moesten we ons niet al te veel zorgen maken, hoewel we hem wel in de gaten hielden aangezien hij zelf zijn eigen grenzen niet aanvoelt. Maar als we zien van waar ook hij komt, kunnen we enkel maar glunderen van trots!

Volg en vind ons leuk op:
Facebook
Pinterest
Twitter
Google+
https://gewoon-wij.be/2018/05/22/eerste-keer-op-kamp/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *